Leren

De Stoïcijnen waren actieve leerlingen. Het is moeilijk om aan die conclusie te ontsnappen als je hun geschriften leest. Marcus Aurelius begint Meditaties door de lessen te catalogiseren die hij van de vele mensen in zijn leven heeft geleerd, groot en klein. Seneca keek voortdurend naar andere mensen, bestudeerde hun leven en wat ze goed en niet zo goed deden. Toen Epictetus zei dat je niet kunt leren wat je denkt te weten, beschreef hij zijn eigen wereldbeeld en het wereldbeeld van zijn held – Socrates – die constant rondging met vragen en dingen op de proef stelde.

Kijken en luisteren

Dit is de houding die we dagelijks moeten innemen, in welke positie we in ons (werkzame) leven ook staan. Het is niet genoeg om alleen van de geschiedenis te leren of dankbaar te zijn voor de expliciete lessen die we van onze leraren krijgen. We moeten onze ogen en oren altijd open houden en actief zoeken naar mogelijkheden om van iedereen te leren. We moeten ons door onze eigen morele vooruitgang niet laten belemmeren in het leren van mensen die wellicht slecht lijken te zijn in onze ogen. Omdat, zoals Ralph Waldo Emerson zei,

“Tenzij je iets probeert te doen dat verder gaat dan wat je al onder de knie hebt, zul je nooit groeien.”

We moeten ons daar, volgens de stoïcijnen, meer op concentreren dan op iets anders.

Cijfers

Lang geleden werkte ik, Corine, als adviseur voor de Raad van Bestuur van een gesloten jeugdzorginstelling waar een justitiële jeugdinstelling (JJI) voor jongeren met ernstige gedragsproblemen bij hoorde. In mijn eerste maand vlogen de cijfers van het aantal criminele jongeren mij dagelijks om de oren. Cijfers over recidive, cijfers over afkomst, cijfers over hun onderwijs…..cijfers, cijfers, cijfers. Er zou binnenkort een werkbezoek plaatsvinden van een belangrijk kamerlid. Of ik dat inhoudelijk wilde voorbereiden. Terwijl ik achter mijn computer zat, dacht ik maar aan een ding: Wie zijn die jongeren die daar in die cellen zitten, wat is hun verhaal? Hoe zijn ze hier terecht gekomen?

Werkbezoek

Met mijn nieuwsgierige blik, ruim voor het werkbezoek dat drie weken later zou plaatsvinden, vertrok ik ‘s ochtends naar de JJI. Net als ieder andere bezoeker moest ik ook door de detectiepoorten en mijn spullen afgeven. Mijn collega stond op mij te wachten. Ze bracht mij naar die enorme hal vol met celdeuren. En daar liepen tientallen jongens en meisjes. De meesten verbleven daar al heel lang. Ze hadden allemaal, niemand uitgezonderd, ernstige gedragsproblemen. Mijn collega had diverse gesprekken voor mij geregeld om meer context te krijgen voor het organiseren van het werkbezoek. Ik leerde daar jongeren kennen met een criminele achtergrond maar vooral met verhalen over trauma, pijn, verslaving, groepsdruk, angsten en vele psychiatrische problematieken….. Ik zat soms ongemakkelijk op mijn stoel in hun cel. Sommigen spraken kwetsbaar, en anderen weer stoer, soms in de derde persoon soms in de eerste persoon. De ene keek mij aan, de ander keek juist naar beneden. Ik stelde alleen maar vragen, mijn respons kwam soms niet verder dan…waarom? Soms had ik geen woorden van verbazing, verwondering en verontwaardiging. En ja, ik heb ook een keer een traan gelaten.

Een ontmoeting

Ze was bijna 18 jaar. Felle bruine ogen en lang haar. Ze was heel sportief gekleed. Echt veel zin in het gesprek had ze niet want ‘u weet toch waarom ik hier zit’. Ik legde haar uit waarom ik hier was en dat ik haar niet als een cijfer wilde zien, maar als een mens met een verhaal. “Je hoeft mij niets te vertellen over de daad die je hebt gepleegd. Ik wil graag proberen te begrijpen hoe het zover heeft kunnen komen.” Toen deelde zij met mij het verhaal over jaren van mishandeling, de kast onder de trap, het geschreeuw, het gepest en de wereld die haar niet wilde horen. Dit waren haar laatste weken in de JJI.

Ik luisterde in stilte, ik slikte, mijn blik regelmatig naar beneden gericht om controle te houden over de emoties die door mijn lijf gierden, mijn gedachten vlogen alle kanten op van haar ouders, naar haar, naar de slachtoffers. Aan het eind vroeg ik haar of ze wel eens droomde van haar vrijlating en van de vrijheid die op haar wachtte. Ze keek mij aan, ze voelde dichterbij dan aan het begin van ons gesprek: “Ik droom van de vrijlating, maar niet van de vrijheid. Want ik heb geen idee wat dat betekent en of ik daar mee om kan gaan. Thuis zat ik na school opgesloten in de kast onder de trap, hier in de cel. Gaat u er maar vanuit dat u mij binnen drie maanden weer op kunt zoeken in de volgende gevangenis.” Ik liep toen met tranen in mijn ogen door de gangen van het gebouw….zo jong…..zo beschadigd…..

Iedere jongere die ik die dag had gesproken had een enorme indruk op mij gemaakt. Voor mij waren het echte ontmoetingen. Zij waren het, die mij lieten reflecteren op mijn leven, op mijn moreel kompas, op mijn oordelen, waardoor ik mijn perspectief kon verdiepen, kon verbreden en veranderen.

Willen leren

Drie weken later koos het kamerlid er niet voor om te proberen te begrijpen wat deze jongeren te vertellen hadden. Hij was die dag niet op bezoek om naar iemand te luisteren om te leren, om zijn perspectief te verbreden. Alleen zijn eigen woorden, oordelen, visie en keuzes galmde door de kamer.

Als je echt wilt leren, kan het je begrip van mensen en de wereld om je heen transformeren; wat onvermijdelijk je leven verrijkt.