Marcus Aurelius en Shakespeare

William Shakespeare en Marcus Aurelius zijn een millennium na elkaar geboren en hebben meer gemeen met elkaar dan je zou denken.

Moe van de zorgen van het moderne leven, sociale druk of bezorgd dat je je ware doel niet volgt? Lees dan verder, er is hulp beschikbaar:-)

1. Leef in het heden

“Laat u niet ontmoedigen door een waanidee over het leven als geheel. Pieker er niet over  hoeveel verschrikkelijke rampen u zouden kunnen treffen. Herinner u tevens dat noch de toekomst, noch het verleden, maar altijd het heden u hindert.” (Boek 8, 36).

In deze belangrijke meditatie herinnert Marcus Aurelius ons eraan dat we niet kunnen veranderen wat er al is gebeurd, en evenmin in staat zijn om de toekomst te voorspellen. Het is een methode om onnodig leed te voorkomen dat wordt veroorzaakt door ‘je leven als geheel in beeld te brengen’, door de ‘verschillende problemen die je in het verleden zijn overkomen en in de toekomst zullen krijgen’ samen te stellen.

Paulina, de trouwe vriend van koningin Hermione in De Winter’s Tale zou het hier zeker mee eens zijn. Op echte Stoïcijnse wijze verontschuldigt ze zich voor het veroordelen van koning Leontes, wiens krankzinnige jaloezie de dood van hun geliefde koningin veroorzaakte: “What’s gone and what’s past help should be past grief” (The Winter’s Tale, 3.2).

2. Het zit allemaal in je houding

“Het zijn niet de omstandigheden die uw geest in beslag nemen, maar dat het onze manier van denken is die verwarring sticht.” (Boek 4, 3).

Het is een belangrijk principe van de Stoïcijnse filosofie dat externe situaties niet belangrijk zijn, maar het  hoe je erop reageert. Als iemand je heeft beledigd, vertrouw dan op rationaliteit en innerlijke kalmte in plaats van toe te geven aan destructieve emoties.

Evenzo is Othello het erover eens dat als een benadeelde persoon zijn verliezen met gratie kan nemen, hij er des te rijker voor zal zijn: “The robbed that smiles steals something from the thief” (Othello1.3)

3. Leef elke dag alsof het je laatste is

Misschien niet verrassend, voor zowel Shakespeare als Marcus Aurelius, was de dood een gemeenschappelijk kenmerk van het dagelijks leven. Ze keren allebei terug naar het thema van de vergankelijkheid van het menselijk bestaan ​​en de relatief korte tijd die we als ‘spelers’ op het aardse toneel krijgen. Omdat het leven op elk moment kan eindigen, moeten we er het beste van maken en elke dag leven:

“Beschouw uw zelf als iemand die is gestorven en zijn leven heeft gehad, en leef de tijd die u nog rest in harmonie met uw ware natuur.” (Boek 7, 56).

“I wasted time, and now doth time waste me” (Richard II, 5.5)

4. Wees goed voor anderen

Wat moeten we doen, gezien de beperkte beschikbare tijd? Marcus Aurelius is hier heel duidelijk over en beweert meerdere keren dat ons doel als sociale, rationele wezens is om onze medemensen te helpen:

“Doe om te beginnen niets zomaar, zonder te kijken. En doe vervolgens alleen dat wat leidt tot een gemeenschappelijk doel.” (Boek 12, 20).

Tegelijkertijd zijn de personages die goedheid, barmhartigheid en liefde bepleiten overal in de Shakespeare-canon wijdverbreid. Dit wordt misschien het meest treffend samengevat door de gravin in All’s Well That Ends Well: ”

“Love all, trust a few, do wrong to none” (All’s Well That Ends Well, 1.1).

5. Wees trouw aan jezelf

Wat anderen van je denken is niet van belang, maar hoe je handelt en hoe je denkt zijn de enige dingen van intrinsieke waarde. Hij denkt na over het belang van tegenspoed:

‘ Wat een mens zelf niet slechter maakt, kan ook zijn leven niet slechter maken; het zal hem uiterlijk noch innerlijk schaden. ‘ (Boek 4, 8).

De karakters van Shakespeare zijn geen vreemden voor deze stelregel. Othello herinnert Cassio er inderdaad aan dat externe lof (die gemakkelijk kan worden gewonnen of verloren) van weinig betekenis is. Het is zijn eigen oordeel dat ertoe doet: “Reputation is an idle and most false imposition, oft got without merit and lost without deserving. You have lost no reputation at all unless you repute yourself such a loser” (Othello, 2.3)

6. Minder is meer

Shakespeare en Marcus Aurelius zeggen beiden dat “minder meer is.” We moeten ons concentreren op één ding en dat goed en doordacht doen, in plaats van veel dingen tegelijk doen:

“Mijn daden zijn gering in aantal, maar wat ik doe heb ik goed gedaan.”(Boek 4, 24).

Broeder Laurence berispt Romeo: “Wisely and slow, they stumble that run fast” (Romeo and Juliet, 2.2).

 

Inspiratie: Oxford University Press’s Academic Insights for the Thinking World