Als je wint heb je vrienden, rijen dik

Nadat de invasie van de Varkensbaai in 1961 was mislukt, zei John F. Kennedy tegen een journalist, “de overwinning heeft 100 vaders en de nederlaag is een wees.” Het is een oud idee. De geschiedschrijver Tacitus (die toevallig was gefascineerd door een leerling van Seneca), heeft eens gezegd: “Dit is oneerlijk aan een oorlog: Overwinning wordt opgeëist door iedereen, verlies door slechts één”.

Als het goed gaat, is het makkelijk om steun te vinden – waarschijnlijk en ironisch genoeg, omdat je het niet echt nodig hebt. Wanneer dingen moeilijk worden, verlies je vaak veel steun.  Epictetus zei het denk ik goed,

“In goede welvaart is het heel makkelijk om een vriend te vinden, maar in tegenspoed is het het moeilijkste van alles.”

Dit is niet alleen een ontnuchterende, trieste gedachte. Het is vooral weer een herinnering aan de stoïcijnse gedachte over ‘paraatheid’, klaar zijn voor. Als het goed gaat, denkt ons ego dat we geen andere mensen nodig hebben. We gaan er dan van uit dat het altijd zo zal zijn; dat we alles goed geregeld hebben. Maar dat is uiteraard misleidend.

Juist wanneer de dingen goed gaan moeten we ons realiseren dat er een mogelijkheid bestaat dat op een dag niet meer zo is. We moeten daarom streven naar goede contacten. We moeten goed zorgen voor andere mensen – want op een dag, zullen we ze nodig hebben om hetzelfde te doen voor ons.

Het kan eenzaam zijn op de bodem van de zee, maar het hoeft niet zo te zijn. Het vereist inzet in het nu, terwijl de zeeën rustig zijn, zodat we niet alleen zijn wanneer de zee weer ruw wordt.