Pijn is je beste leraar

Stoïcijnen kenden in vroegere tijd best een harde leerschool. Zo is van Cato bekend dat hij de opdracht uitvoerde om zich vreemd te kleden met als doel dat mensen hem zouden uitlachen, beschimpen, voor gek verklaren. Hij moest op rantsoen leven. In weer en wind, in warmte en kou, Cato droeg nooit sandalen; hij liep altijd op blote voeten.

Waarom? Pijn en zware omstandigheden helpen je de “zelfcontrolespieren” te trainen. Cato eiste van zichzelf dat hij zich niet liet leiden door wat hem overkwam, maar besloot de situatie altijd meester te zijn. Hij kon dan beschimpt worden, hij kon kou lijden, hij kon arm zijn, ziek zijn. Niets van dit alles dreef hem van zijn doel.

Zoals Epictetus ons leerde: “Waar zit al het goede….? In de wil. Waar zit al het slechte….? In de wil.”

Tijdens een bezoek aan het publieke badhuis werd hij eens geschopt en geslagen. Toen uiteindelijk een van zijn opponenten zijn excuses aanbood, weigerde hij dit met de woorden: “ Ik kan me niet herinneren dat ik geslagen ben.”

Dit sluit mooi aan op een ander verhaal dat ik ooit hoorde. In het kort: een man wordt helemaal stijf gescholden. Nadat de andere man is uitgeraasd is, zegt hij “Ik begrijp dat je mij een cadeau wilt geven, ik kies ervoor en heb de vrijheid je cadeau niet in ontvangst te nemen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *